Nederlands

HOME Key Themes Speeches Recent Articles Online Archives Reviews Travelblogue Obituaries Selected Books: 1. The Sword 2. Jihad 3. Middle East Filmography Francais Deutsch Espanol Russkiy Nederlands Slovensky Polski Greek - Ellinika
  • DE FELLOWTRAVELLERS VAN DE JIHAD

  • SAOEDI-ARABIË: DE VIJAND VAN AMERIKA

HOE WE DE JIHAD KUNNEN VERSLAAN

 

De politieke elite wil van geen probleem horen, maar volgens Serge Trifkovic is de omvangrijke moslimbevolking in westerse landen een tijdbom onder de veiligheid. Zijn nieuwe boek, Defeating Jihad, is een pleidooi voor een effectieve strategie tegen islamitisch activisme.  

Laten we het eerst over de zaak Abdul Rahman hebben voordat we over uw nieuwe boek gaan praten. Hij is na zijn vrijlating naar Italië vertrokken. Wat is volgens u het belang van deze zaak?

«Deze zaak is alleen maar in het nieuws omdat de Amerikaanse troepen in Afghanistan zitten. Als Rahman onder hun neus zou worden gedood wegens afvalligheid, zou het debâcle van de democratiseringmissie, die neocon schijnvertoning, aan het licht komen.

«Rond de slechte behandeling van christenen door de andere getrouwe bondgenoten in de regio, vooral Pakistan, Egypte en zelfs het ‘seculiere’ Turkije, heerst een ijzige radiostilte. Er zijn geen wakes, geen protesten en geen enkel land biedt hen asiel aan. In Pakistan worden de veelal arme christenen, slechts 1 procent van de bevolking, onophoudelijk gediscrimineerd, lastig gevallen en vermoord. Elke ruzie met een moslim, meestal over landaanspraken, kan een religieuze kwestie worden. Christenen worden stelselmatig beschuldigd van ‘godslastering’, een vergrijp waar de doodstraf op staat. Pakistan heeft de strengste godslasteringwetten van de hele moslimwereld. Je kunt aangeklaagd worden zonder enig bewijs – en omdat het altijd het woord van een moslim is tegen dat van een christen, staat de uitkomst bij voorbaat vast.

«Onze vriend Egypte, de op één na grootste ontvanger van Amerikaanse hulp, heeft na het bloedbad in 2000, waarbij 21 Koptische christenen werden gedood in het dorp Al-Kosjeh, niet één moordenaar veroordeeld. Het moorden gaat gewoon door.

«De moord op een katholieke priester in Trabzon, aan de Turkse Zwarte-Zeekust, was een klassiek geval van jihad. Pater Andrea Santoro werd afgelopen februari tweemaal van dichtbij beschoten in zijn kerk, door jongeren die ‘Allahu akbar!’ schreeuwden.

Dit incident drukt ons met de neus op de feiten: Turkije is géén Europees land, er is daar een fundamenteel anti-westerse stemming. In 1955 waren de christenen in Istanbul het slachtoffer van de ergste rassenrellen sinds de Kristallnacht. En denk ook aan het enorme succes van de film Valley of the Wolves – Iraq. Die begint met een waar gebeurde scène: in juli 2003 deden de Amerikaanse mariniers een inval in het hoofdkwartier van de Turkse Special Forces in de Irakese stad Sulimanijah. Ze gingen er abusievelijk van uit dat het guerillastrijders waren. Washington bood later z’n excuses aan, maar in de film lijkt het net een opzettelijke actie. In het verzonnen deel van de plot vallen Amerikanen een moskee binnen tijdens het avondgebed, vermoorden ze tientallen onschuldigen op een huwelijksfeest en laten ze een joodse arts organen van Abu Ghraib-gevangenen verwijderen, om deze in New York en Tel Aviv te verkopen!

«Maar terug naar uw vraag over Abdul Rahman. Een uitstekende bron is het boek van Antonio Socci, The New Persecuted: Inquiries into Anti-Christian Intolerance in the New Century of Martyrs. Socci toont aan dat in de laatste eeuw ongeveer 50 miljoen christenen zijn vermoord vanwege hun geloof. Sinds 1990 zijn elk jaar gemiddeld 160.000 christenen gedood, voornamelijk door moslims in de Derde Wereld: Oost Timor, Soedan, Mauretanië en Nigeria. Socci beklaagt zich erover dat die vervolging bijna geheel wordt genegeerd door westerse massamedia en ook door de christenen zelf.

«In de crisis in het Midden Oosten zijn gelijktijdig twee processen aan de gang die over het hoofd worden gezien: het bijna totale verval van de christelijke overblijfselen na veertien eeuwen dhimmitude en de opmerkelijke onverschilligheid van de post-christelijke en latent anti-christelijke elite in westerse landen tegenover die op handen zijnde uitroeiing.

«Onder het Britse mandaat was Palestina officieel een christelijk land en had Bethlehem 90 procent christelijke inwoners. Op dit ogenblik zijn zij letterlijk aan het verdwijnen. Op de West Bank en in Gaza en Oost-Jeruzalem wonen ruim 3 miljoen Palestijnen en minder dan 50.000 christenen. Tegen 2020 zal er geen christen meer in het ‘Heilige Land’ leven. Misschien werpt de zaak van de heer Rahman enig licht op dat droevige gegeven.»

In uw nieuwe boek Defeating Jihad (De jihad verslaan, red.) stelt u dat de islamistische dreiging tegen het Westen nog nooit zo groot is geweest als nu. Betekent dit dat we de oorlog tegen het terrorisme verliezen?

«Zonder enige twijfel zijn we aan de verliezende hand. Na Stalingrad was Hitler-Duitsland verdoemd en na Moskou was het afgelopen met Napoleon. In de wereldwijde oorlog tegen terrorisme zie ik geen keerpunt. We moeten een allesomvattende verdedigingsstrategie hebben tegen de kleine groep jihadisten, maar ook tegen de oprukkende agressieve islamitische beweging overal in de westerse wereld. Die valt niet te vergelijken met andere geloofs- of ideologische richtingen. Tot dusverre hebben we daar nog geen goed antwoord op. We verliezen deze oorlog omdat onze elites niet willen dat we de vijand bij de naam noemen. De bangelijke Europese en Amerikaanse weldenkende klasse is een symptoom van die malaise.

«Het netwerk van Bin Laden mag dan sinds 2001 zijn aangetast en verstoord, en zijn zaak mag dan zijn overgenomen door vele doe-het-zelvers en amateurs, maar Bin Laden had nooit kunnen denken dat zijn kansen bijna vijf jaar later zo gunstig zouden komen te liggen. Daarom hebben we die nieuwe strategie hard nodig. We kunnen het terrorisme nooit helemaal uitbannen, maar we kunnen het Westen wel veel veiliger maken. De overwinning is niet dat Amerika Mekka overneemt, maar dat Amerika zich losmaakt van Mekka. Daarvoor moeten we natuurlijk onze afhankelijkheid van de Arabische olie opheffen, maar wat ik vooral bedoel, is dat we een nieuwe immigratiepolitiek moeten invoeren die Mekka ons land uit krijgt.»

U zegt in feite dat er een direct verband is tussen moslimimmigratie en terrorisme. Hoe wilt u dat veranderen?

«Sun Tzu heeft gezegd: ‘Als je de vijand en jezelf kent, hoef je niet bang te zijn voor honderd oorlogen’. Zodra we meer weten van de jihadistische vijand, de kern van zijn geloof, zijn voorbeelden, zijn prestaties, zijn manier van denken, hoe hij te werk gaat en zijn bedoelingen, zullen we ook zijn zwakheden kennen. En dat zijn er nogal wat: bovenal zijn onvermogen een welvarende economie op te bouwen, of een goed functionerend gezin, of een leefbare maatschappij. Maar het hoofdprobleem is dat onze beleidsmakers en opinieleiders deze diagnose verwerpen. Ze zijn in de ban van de postmoderne mode dat alle opvattingen even goed zijn en ze geloven nergens in, behalve in hun eigen onfeilbaarheid. Onze heersende klasse ziet de jihad als een ziekte die kan en moet worden bestreden door oorzaken buiten de islam aan te pakken, namelijk onze eigen cultuur. Het resultaat is een serie ‘geneesmiddelen’ die even goed werken als slangenolie tegen leukemie. We moeten de grieven van de arme buitenlandse massa’s serieus nemen, we moeten democratie en vrijhandel verbreiden in de moslimwereld, we moeten meer investeren in diplomatie. In ons eigen land moeten we nog toleranter zijn, meer mensen insluiten, onszelf minder profileren en nog meer onze hand uitsteken naar de minderheden die zich gediscrimineerd en gekwetst voelen door de strijd tegen terrorisme. Je kunt voorspellen dat dit alles leidt tot nog meer pathologische zelftwijfel. Die vicieuze cirkel is onhoudbaar en moet worden doorbroken.

«Neem de emotioneel beladen kwestie van de grondwettelijke rechten tegenover de nationale veiligheid. De media reageerden op de telefoontapmaatregel met koppen als ‘Bush bespioneert de Amerikanen’. Nergens las je dat het om gevaarlijke moslims ging. Dat lazen we ook niet in de verslagen over de rellen in de Franse banlieues. In beide gevallen maakten de media zich schuldig aan politiek-correcte vooroordelen.

«In de Verenigde Staten wordt de identiteit van te observeren individuen om twee redenen niet vermeld. Ten eerste moet Bush als een oncontroleerbare autocraat worden afgeschilderd, ten tweede is er de aanname dat elke genaturaliseerde moslim automatisch een echte Amerikaan wordt. In Europa past het verhullen van de identiteit van daders in de linkse opvatting dat import van moslims geen enkel nadeel heeft. De Franse elite ziet het ‘Allahu akbar’-geschreeuw van de relschoppers als een eigenaardigheidje dat vanzelf overgaat als de staat die jongeren een baan geeft, meer gekleurde tv-sterren en natuurlijk een heleboel ‘positieve discriminatie’.

«Onder de huidige omstandigheden doet een principieel debat over dit grondwettelijke dilemma niet ter zake. Voor radicale problemen hebben we radicale oplossingen nodig. Als we zouden beginnen met iedereen te weren die zich inlaat met islamitisch activisme, zouden die telefoontaps niet nodig zijn. Aan een wet die de privacy van leden van islamitische organisaties beschermt, hebben we geen behoefte, wel aan wetgeving die aantoonbare of vermoedelijke loyaliteit van genaturaliseerde burgers met een islamitisch wereldbeeld beschouwt als een uitzettingsgrond. Op politieke en niet op religieuze gronden, wel te verstaan.

«Een vreemdeling die tot Amerikaan wordt genaturaliseerd, moet onder ede verklaren ‘dat ik absoluut en geheel elke toewijding en trouw aan ongeacht welke vreemde prins, potentaat, staat of heerschappij van wie of waarvan ik tot dan toe een onderdaan of burger ben geweest, afwijs en afzweer, dat ik de Grondwet en de wetten van de Verenigde Staten van Amerika zal steunen en verdedigen tegen alle vijanden, vreemd of binnenslands; dat ik daaraan ware trouw en toewijding zal koesteren; dat ik onder de wapenen zal gaan namens de Verenigde Staten wanneer de wet dat eist en dat ik deze verplichting vrijwillig en zonder enige reserve of ontwijkende bedoeling op mij zal nemen; zo waarlijk helpe mij God’. Een moslim die dit te goeder trouw verklaart, in het bijzonder het aanvaarden van de Grondwet als de hoogste bron van loyaliteit, pleegt bij uitstek een daad van afvalligheid. En daarop staat in de islamitische wet de doodstraf. Voor moslims is de sharia geen aanvulling op de seculiere wet, het is de enig ware rechtsgrond en daarmee de enige verplichting. Alle wettelijke macht moet daarom uitsluitend berusten bij degenen die Allahs gezag dragen op basis van Zijn geopenbaarde wil. Amerika is in die visie onwettig.

«Dus hoe kan een overtuigde moslim de eed afleggen en verwachten dat wij geloven dat hij dat meende? Dat kan alleen omdat hij taqiyya beoefent, de kunst van het veinzen en je ware bedoelingen verbergen, die in het leven werd geroepen door Mohammed met de bedoeling niet-islamitische gemeenschappen te ondermijnen die bijna rijp waren voor de jihad. Die moslim zou ook niet vroom genoeg kunnen zijn of in de war, maar in dat geval bestaat het risico dat hij op een bepaald moment alsnog zijn wortels zal herontdekken, met alle gevolgen van dien.

«De weerstand tegen opkomen voor de westerse cultuur is een symptoom van de ziekte van de heersende klasse. Wetshandhavers in andere delen van de wereld hebben geen boodschap aan gevoeligheden van minderheden. 1 procent van de Amerikaanse moslims is verantwoordelijk voor 90 procent van de terreurdaden sinds 9-11. De kans dat een jonge moslimse man een aanslag zal plegen in de Verenigde Staten is miljoenen keren groter dan dat een rooms-katholiek, jood, hindoe of boeddhist dat doet. Of een Libanese christen. En dus is het lidmaatschap van een groep een geldige reden het gedrag van individuen te observeren, vooral als de overheid geen specifieke informatie heeft over de achtergrond van die persoon. Iedereen die dat ontkent, is of niet goed bij z’n hoofd of immoreel.

«Volgens mij is een islamitische geloofsovertuiging ook onverenigbaar met vaderlandsliefde en een betrouwbare opstelling in het leger, bij de politie of de overheid. Praktiserende moslims kunnen altijd proberen een baan bij een inlichtingendienst te krijgen en daarmee vormen ze een groot veiligheidsrisico.

«We hebben dringend een nieuwe immigratiewet nodig. Maar er is een precedent. Sinds 1903, toen het Congres anarchisten aanwees als ongewenste vreemdelingen, in antwoord op de moord op president McKinley, konden we politiek riskante figuren deporteren of hen de toegang tot het land weigeren. Na de Russische Revolutie konden buitenlandse communisten worden uitgezet. Alleen al in 1920 werden meer dan 2500 ‘radicale vreemdelingen’ opgepakt en teruggestuurd. Dit soort ideologische gronden stond in de wet tot 1990, toen ze er onverstandig genoeg uit verwijderd werden door het Congres. We moeten mensen die de jihad prediken weer zo gaan zien.»

Kunt u uw blauwdruk voor overwinning wat meer toelichten?

«Ik zei het al: het is cruciaal dat we de vijand kennen en begrijpen. Zijn moslimterroristen trouw aan hun geloof of juist niet? Het antwoord op die vraag moeten we zoeken in de geschiedenis en de dogma’s van de islam, en niet in de theorieën van mensen die er belang bij hebben de zaak te verdraaien, zoals westerse bekeerlingen en apologeten. Het grote publiek moet voorgelicht worden over de heilige teksten van de islam, de contacten van dit geloof met andere samenlevingen en de persoonlijkheid van zijn stichter, Mohammed. Alleen dan kunnen de burgers beoordelen of terrorisme echt een afwijking is van de vermeend vredelievende islam of juist een logisch gevolg van de jihad-ideologie.

«De tweede taak die voor ons ligt, is het inspecteren van onze defensie. Zowel in Amerika als in Europa vindt de elite dat we zo niet mogen denken over de islam. Aan beide zijden van de oceaan bestaat consensus over open immigratie, multiculturalisme en het bestaan van een grote moslimdiaspora: dat is een gegeven, een autonoom natuurverschijnsel en dus mogen we het daar niet over hebben in het debat over terrorisme. Want dan maken we ons schuldig aan islamofobie. Deze consensus noem ik gespeend van logica en ook dogmatisch, met levensgevaarlijke gevolgen. We moeten die valse eenstemmigheid toetsen aan tastbare bewijzen, niet aan opgelegde normen over hoe een openbaar debat zou moeten worden gevoerd.

«Hieruit volgt dat we onze buitenlandse en militaire politiek moeten heroverwegen. Zouden Amerikaanse soldaten het land niet veiliger maken door te patrouilleren aan de grens met Mexico in plaats van in de straten van Falluja? Nog belangrijker is de strategie. De Verenigde Staten zijn met hun mondiale-hegemoniestreven te vergelijken met Athene na Pericles en de Sowjetunie na Breznjew. Operationele effectiviteit is niet hetzelfde als de strategie zelf.

«Ten slotte moeten we de invloed van voortgaande moslimimmigratie in de ontwikkelde wereld en het ontstaan van een tientallen miljoenen zielen tellende islamitische diaspora betrekken bij die coherente lange-termijnstrategie. Dat houdt ook in dat we feitelijke en potentiële terroristen geen voet aan de grond moeten geven in de Dar al-Harb!

De grenzen controleren, is slechts een eerste stap. Alle bezoekers moeten ideologisch worden gescreend, alle inwonende vreemdelingen systematisch onderzocht en ook de geloofsbrieven van genaturaliseerde vreemdelingen moeten opnieuw worden bekeken. Dit hoort allemaal bij een serieuze anti-terrorismestrategie. Zoals ik al opmerkte, moet islamitisch activisme worden behandeld als een politieke grond voor uitzetting. Met bescherming van religieuze minderheden heeft dat niks te maken.

«Maar uiteindelijk ligt de overwinning van terrorisme op moreel en cultureel gebied. Amerika en West-Europa kunnen deze strijd alleen winnen als ze zich opnieuw bewust worden van hun morele en spirituele wortels en de bronnen van hun beschaving. Als dat eenmaal gebeurt, zullen ze ook wel weer een impuls krijgen om hun land te beschermen en zich voort te planten. Waarschijnlijk is het niet, maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit.»

De moslims die ik spreek, noemen hun profeet een vredelievende man. Uit uw boek blijkt duidelijk het tegendeel. Lezen die moslims hun Koran niet? Of hebben ze een ander idee van vrede?

«De moslims die u ontmoet, hebben de dialectiek van de apologeten overgenomen. Vergelijk het maar met de mensen die het communisme van Stalin verdedigden. Zijn oorlog tegen Finland was ‘defensief’ en de Goelag was gerechtvaardigd, of overdreven, of allebei. Jazeker, het probleem is dat alle ware moslims Mohammed zien als een onaantastbaar toonbeeld van goedheid, een voorbeeld dat moeten worden nagevolgd. Kijk maar hoe vaak mensen in islamitische landen hun zoon die naam geven. Als we dat begrijpen, hebben we de sleutel tot de islamitische wereldbeschouwing in handen.

«De waarheid is grimmig en daarom was dat hele debat over de Deense cartoons zo zwak. Hoe onschuldig die cartoons ook waren, niemand mag grappen maken over de stichter van de islam. Ik heb nooit geloofd dat die spotprenten de moslims beledigden – fervente moslims zijn al beledigd doordat wij bestaan – en ik heb al die tijd gedacht dat de cartoons de menselijke kanten van een man met een twijfelachtig erfgoed lieten zien, de miljoenen slachtoffers van de jihad door de eeuwen heen.

«Ahmed Akkari, de woordvoerder van de Deense moslimorganisaties, zei dat moslims overal ter wereld de ‘waarheid’ over hun profeet wilden vertellen. Okee, laten we dan kijken naar hoe Mohammed ‘werkelijk’ was, en we beroepen ons uitsluitend op erkende islamitische bronnen als de Koran en de hadith. De geschiedenis uit die bronnen is onzeker, maar ze wordt door moslims wel als de waarheid gezien en die heilige boeken zijn de basis van hun geloof.

«Langzamerhand kennen heel wat mensen het verhaal wel. Op internet kan iedereen de relevante passages uit de Koran opzoeken, typ jihad verses in the Koran in je zoekbalk en je krijgt vele tientallen verwijzingen naar roof, verkrachting, slavernij en moord met ongelovigen en joden als doelwit. En alle wandaden hadden de zegen van Allah. Het Opperwezen prees de profeet omdat hij ‘hun harten schrik aangejaagd’ had. (soera 33:25) In de loop der tijd werden de boodschappen van Allah over de ongelovigen steeds hardvochtiger en gewelddadiger, met gruwelijke straffen in het hiernamaals. Eén soera, het Vers van het Zwaard, (9:5) heft volgens islamitische geleerden 124 eerdere verzen op – de soera’s die regelmatig door apologeten worden geciteerd om de vredelievendheid en de welwillendheid van de islam te bewijzen. Deze soera draagt op de ‘veelgodendienaars’ te doden na afloop van de heilige maanden. ‘Maar als zij berouw tonen, de salaat verrichten en de zakaat geven, legt hun dan niets in de weg. God is vergevend en barmhartig’.

«Mohammeds ontwikkeling van een gemarginaliseerde buitenstaander tot een heerser over leven en dood veranderde ook zijn persoonlijkheid. Allah werd telkens opgeroepen als het gezag dat de dagelijkse politieke doelen en zijn persoonlijke behoeften steunde. Nergens wordt dit duidelijker dan in zijn overmatige seksleven. In de Koran worden zijn nachtelijke afspraakjes met een Egyptische slavin beschreven en hoe hij daarna zijn jaloerse echtgenotes berispte. Via een openbaring droeg Allah Mohammed ook op zijn nichtje en schoondochter Zainab als vrouw te nemen toen hij op haar geilde.»

U noemt ook het huwelijk van Mohammed met het kindbruidje Aïsja. Iedere keer als ik dit ter sprake breng, worden moslims boos en draaien ze eromheen. Heeft u een idee hoe hier uit te komen?

«We moeten dit met gezond verstand en alledaags fatsoen bekijken. Ja, moslims moeten worden geconfronteerd met de verkrachting van dit negenjarige meisje en ook met de etnische zuiveringen en massamoord. Menig bevel in de Koran en vele daden van Mohammed zijn moreel verwerpelijk en crimineel; niet alleen volgens de tegenwoordige normen, maar zelfs in de context van het 7de-eeuwse Arabië! Veel tijdgenoten van Mohammed walgden ervan. Hij moest zijn toevlucht nemen tot ‘openbaringen’ om zijn daden te rechtvaardigen en te ontkomen aan de geldende moraal van zijn tijd. Karavanen aanvallen in de heilige maand, je eigen verwanten bestrijden, gevangenen afslachten, een groot deel van de roofbuit inpikken, mensen vermoorden zonder enige voorafgaande provocatie, verdragen schenden en toegeven aan je eigen lusten, was echt niet in orde volgens de toenmalige Arabieren. Alleen de Allerhoogste kon dit goedkeuren – en dat is wat Allah voor hem deed.

«De bloedbaden die Mohammed aanrichtte, zijn uniek in de godsdienstgeschiedenis. Allahs gebod ‘dood de ongelovigen waar ge hen vindt’, is ondubbelzinnig en zeer krachtig. Het woord genocide bestond nog niet eens toen Mohammed het dictum van Allah – ‘En wanneer Wij een stad wensten te vernietigen (…), vernietigden Wij haar geheel. En hoe veel generaties hebben Wij na Noeh reeds vernietigd!’ (17:16-17) – onthulde. Ongehoorzame mensen hebben ‘Wij [al] vernietigd waarna Wij een ander volk lieten onstaan!’. (21:11) Dat de islam de wereld als een eeuwig conflict ziet tussen het Land van de Vrede (Dar al-Islam) en het Land van Oorlog (Dar al-Harb), dat door middel van jihad moet worden gewonnen, is het belangrijkste dat Mohammed de geschiedenis heeft nagelaten. Het einde van de jihad is pas in zicht wanneer de ongelovigen ‘geen verzoeking’ meer hebben en ‘de godsdienst alleen God toebehoort’. (2:193) Daarmee zegt Mohammed in feite dat de niet-moslimse wereld fundamenteel onwettig is. Moslims kunnen dus wel besluiten tot een tactisch staakt-het-vuren, maar ze kunnen nooit stoppen met de jihad zolang de ongelovigen zich nog niet hebben onderworpen.

"Volgens de islam zelf staat of valt het geloof met de persoon Mohammed. Het probleem met de islam, en daarmee ook het probleem van de rest van de wereld met dit geloof, is op zich niet de opmerkelijke loopbaan van Mohammed, ongetwijfeld een belangrijk man vanwege zijn invloed op de geschiedenis. Het is de aanspraak van de islam op de universele morele geldigheid van zijn woorden en daden, voor alle mensen en voor altijd. Ons oordeel over Mohammed berust op bewijsmateriaal van zijn eigen volgelingen en bewonderaars. Dat oordeel zal, als het eenmaal is geveld – en dat zal zeker gebeuren – de zachtaardige Deense grappen over Mohammed doen lijken op een tekening over Hitler die zijn flatulentie niet onder controle had."

DE FELLOWTRAVELLERS VAN DE JIHAD

(Wednesday Morning Club, Four Seasons Hotel, Beverly Hills, California, 28 April 2006)

Twintig jaar geleden verkeerden de Sowjetleiders in totale ontkenning over de ramp in Tsjernobyl. Ze deden of er niets aan de hand was. De kameraden hoopten tegen beter weten in dat ze de afschuwelijke gevolgen van Tsjernobyl verborgen konden houden voor de miljoenen mensen die eronder zouden lijden.Twee decennia later gedragen de westerse elites zich precies zo tegenover de islam. Hoe ironisch dat de gevestigde media en de leden van de culturele nomenklatoera aan beide zijden van de Atlantische Oceaan destijds eindeloos veel aandacht besteedden aan de criminele bijziendheid van het Kremlin, terwijl ze nu ontkennen dat er een probleem is met de islam en zelfs verraad plegen.Ik wil geen verhandeling houden over de aard van de islam of nogmaals de vermeende tweedeling tussen de ‘ware islam’ (vreedzaam, tolerant, enzovoorts) en de afwijkende terroristische randfiguren aanvallen. Dat punt zijn we al voorbij, of zouden we al gepasseerd moeten zijn. Wie hier nog steeds aan twijfelt, moet eindelijk maar eens de boeken van Ibn Warraq of Bat Ye’or gaan lezen – of de Koran zelf.

Ook over de internationale oorlog tegen het terrorisme wil ik het niet hebben. De overdreven scrupuleuze manier waarop de elites de vijand benaderen – neem de ‘islam-neutrale’ woordenlijst van de EU – is een teken van malaise. Die malaise staat een coherente aanpak in de weg. Stel dat Scipio had opgeroepen tot een gezamenlijke oorlog tegen olifanten: dan had Hannibal nooit triomferend Rome kunnen binnenmarcheren. En als de Tweede Wereldoorlog zich tegen de Blitzkrieg van Heinz Guderian had gekeerd in plaats van tegen het nazisme, zou het Derde Rijk nog 927 jaar voor de boeg hebben. In dit onvermogen en die onwil van de heersende elite om de jihad te lijf te gaan, weerspiegelt zich het feit dat West-Europa en Noord-Amerika dezelfde genen hebben en tot dezelfde cultuur en beschaving behoren.

De katholieke schrijver Hilaire Belloc vroeg zich in zijn boek The Great Heresies (1938) profetisch af: ‘Zal de tijdelijke macht van de islam misschien terugkeren, en daarmee de dreiging van een gewapende Mohammedaanse wereld, die de heerschappij van de nog steeds overwegend christelijke Europeanen zal doen wankelen?’ 70 jaar later vertonen Engeland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, België, Scandinavië, Canada en de Verenigde Staten dezelfde bouwvallige trekken als toen. Ze geloven niet langer in de eigen waarde, en dat is de belangrijkste oorzaak van de malaise.

Andere oorzaken zijn de vijandige houding van de elite tegenover alle vormen van solidariteit onder meerderheden en tegenover hun gemeenschappelijke cultuur; het kwijtraken van historisch en geografisch besef; een snelle bevolkingsdaling, nooit eerder vertoond; oprukkende immigratie uit niet-westerse landen; de ineenstorting van de goede manieren en de publieke moraal; het opleggen van ‘multiculturalisme’, ‘diversiteit’, ‘begrip’ voor de vreemdeling en het demoniseren en criminaliseren van elke oppositie tegen bovenstaande zaken. Met als gevolg dat westerse burgers het gevoel van eigenaarschap over hun landen zijn kwijtgeraakt. Wat de elite voor elkaar heeft gekregen, is het weggooien van het idee van een specifiek ‘westerse’ geografische en culturele ruimte die bescherming verdient tegen mensen die er niet (willen) thuishoren en er geen rechtvaardig beslag op kunnen leggen. Dat is nogal wat.

Binnen de elite heerst consensus over open immigratie, multiculturalisme en het bestaan van een grote moslimse diaspora. Dat moet allemaal worden gezien als een vaststaand gegeven en je mag dat niet kritisch onderzoeken in het debat over terrorisme. Die consensus gaat tegen de logica in, is dogmatisch en heeft rampzalige effecten. We moeten deze consensus echter toetsen aan de feiten, niet aan de normen voor een aanvaardbaar openbaar debat die de elite ons willen opleggen. De meeste leden van de elite weten zelf niks van de islam, of ze willen niet dat wij weten hoe het echt zit.We zitten met een groot probleem. Door de verloederde massacultuur en de multiculturele indoctrinatie op scholen is het historisch besef en het gevoel van culturele continuïteit onder de jeugd al goeddeels verdwenen. Daar staat tegenover dat de dagelijkse stroom soft porno en consumentisme die tot in alle uithoeken van de wereld is te zien niet een soortgelijk effect heeft gehad op de islamitische diaspora in het Westen. Dat bewijzen de vele hier geboren fundamentalistische moslims en jihad-aanhangers.

Dit gevoel van niet meer weten waar je thuishoort, leeft bij miljoenen westerse burgers. Het komt ook door de opkomst van een supranationale Europese superstaat en de welwillende wereldhegemonie die Washington voor zichzelf weggelegd ziet. Beide denkrichtingen, ofschoon ogenschijnlijk onverenigbaar, zijn facetten van een opkomend geglobaliseerd universum. De eerste denkrichting bepleit ‘multilaterale’ betrekkingen in een ‘internationale gemeenschap’, onder gezag van de Verenigde Naties en met arbitrage van het Internationale Gerechtshof, waarbij de EU zelf niet meer is dan een interim-lichaam dat nationale soevereiniteiten overdraagt aan een supranationale macht. En Amerika gedraagt zich het liefst als de enige echte internationale politieagent. Beide delen dezelfde afkeer van traditionele maatschappijen en gegroeide culturen. Als de neoconservatief Michael Ledeen, voorstander van de oorlog in Irak om het regime te veranderen, zegt dat ‘creatieve destructie’ voor altijd Amerika’s missie zal zijn, dan hoor je de echo van de gemeenschappelijke marxistische wortels van de VS en Europa, revolutionaire dynamiek en historicistisch messianisme incluis. Ledeen blaatte: ‘We maken een glorieuze kans op verbetering van het leven op onze planeet en wij zijn de juiste mensen, op het juiste tijdstip, om dit te bereiken. Het grootste gevaar dat ons succes bedreigt, is gebrek aan visie en onvoldoende ambitie. Als we ons gedragen als revolutionaire macht, kunnen we de wereld hervormen.’

Amerikaanse voorstanders van deze overmoedige politieke agenda hebben in feite banden met Europese neomarxisten van het slag Prodi en Solana. Hun politieke meningsverschillen gaan niet over hun gemeenschappelijke doel, het vooruitbrengen van een mondiaal revolutionair project, maar betreffen alleen de manier waarop en de middelen waarmee je dat doel moet bereiken. Het einde van de Koude Oorlog heeft voor hen de weg vrijgemaakt. De neomarxistische as ziet in het verslaan van het communisme, verbeeld door de triomf van het liberale kapitalisme, het zaad voor de toekomstige overwinning van hun universele paradigma. De globalisering maakt dit mogelijk door traditionele structuren waaruit verzet zou kunnen komen uit te hollen.Mondialisering is wel degelijk verwant aan neomarxisme, of ze nu vermomd is als Eurocratie of als de pax Americana. De huidige mondialisering vernietigt de resten van de oude orde, in de geest van Ledeen, en bevat de kiem van een nieuwe mondiale orde: het tegenimperium dat eraan komt dankzij demografische veranderingen in de westerse wereld. Het revolutionaire karakter van dit project uit zich ook in de mantra ras, sekse en seksualiteit. Deze begrippen hebben een ongekend hoge status en ze moeten het historische proces verder brengen, op naar een Gleichschaltung van naties, rassen en culturen die het einde van de geschiedenis zal markeren. Ze hebben de rol van het proletariaat als de onderdrukte onderklasse overgenomen – vandaar de cultus van het niet-mannelijke, niet-blanke, niet-heteroseksuele slachtofferschap – en ze zijn ook de motor van de gewenste revolutionaire verandering.

Het klassieke marxisme zocht de dynamiek van de revolutie in het onvermijdelijke conflict tussen de eigenaren van de productiemiddelen en het proletariaat, dat alleen zijn arbeid kon verkopen en slechts zijn ketenen kon verliezen. Dit systeem verwees naar zichzelf en was dus in strijd met de logica, maar in de 19de eeuw leek het voor velen wetenschappelijk correct. De moderne marxistische revolutionairen gaan verder dan dialectisch materialisme. Ze combineren een geheel metafysisch slachtofferbegrip met een keur van speciale rechten waar de islam overal in het Westen gretig van heeft geprofiteerd. De meeste burgers in Europa en Amerika zijn in dit krankzinnige paradigma schuldig aan onderdrukking, louter doordat ze bestaan. Ze mogen de immigratie-tsunami niet ter discussie stellen.

Wat daarvan komt, zien we al om ons heen. Misschien dacht de invloedrijke Engelse historicus Gibbon aan het Antwerpen of Los Angeles van tegenwoordig toen hij het verval van Rome beschreef, waar het gepeupel verwerd tot ‘een ellendig, verachtelijk volk’. Vertaald naar het heden: de meerderheden in de ontvangende landen zullen binnen een eeuw wegsmelten. ‘Kinderloos’ is nu een legitiem lifestyle-woord, gelijkwaardig aan ‘vetarm’ of ‘drugsvrij’. Het uitsterven van een exotische stam op Borneo of in het Amazonegebied, en al helemaal een bedreigde walvissensoort, leidt tot alarm bij de elite en activisme bij het volk, maar het wordt als vreselijk racistisch gezien als je zegt dat Europeanen een bedreigde soort zijn.Er zal nooit een grote synthese komen tussen het Westen en de islam, ook geen wederzijdse bevruchting van beschavingen. Het is erop of eronder. Zelfs de ultratolerante Nederlanders hebben na de moord op Theo van Gogh het licht gezien, maar ze zijn met handen en voeten gebonden aan een schuldbeladen elite vol zelfhaat en geneigd tot sussen en goedpraten. De greep van deze elite op de politieke macht, de media, de universiteiten en het maatschappelijk middenveld is obsceen ondemocratisch, schreef de eveneens vermoorde Nederlander Pim Fortuyn al. Als Europa dit wil overleven, moet die verradersklasse worden ontmaskerd. Ze moeten worden vervangen door mensen die bereid zijn de immigratie- en identiteitskwestie te onderwerpen aan democratische toetsing, niet gehinderd door bestuurlijke of juridische toestemming.

De strijd tegen de jihad kán en móét worden gewonnen. De eerste taak is openlijk spreken over het karakter van de vijand en de aard van de bedreiging. Daarbij is het essentieel dat taboes over moslims en de islam zonder schuldgevoel of politiek-correcte beperkingen worden geslecht. We zijn dit aan onszelf verplicht, zowel moreel als uit oogpunt van zelfbescherming. ‘Historici in vrije landen hebben de morele en professionele plicht moeilijke kwesties niet uit de weg te gaan’, waarschuwde Bernard Lewis twintig jaar geleden, ‘ze moeten zich niet onderwerpen aan vrijwillige censuur, maar eerlijk zijn over deze thema’s, zonder iets goed te praten, zonder polemiek en natuurlijk ook kundig.’

We kennen de jihadistische vijand. We weten waar hij in gelooft, wie zijn rolmodel is en wat dat rolmodel heeft gedaan, we weten hoe hij denkt, hoe hij te werk gaat en we kennen zijn bedoelingen. We kennen ook zijn vele zwakheden, dus we hoeven niet bang te zijn. Het echte probleem zit in onszelf, bij de beleidsmakers en opinieleiders die deze diagnose zullen blijven afwijzen en veroordelen. Onze elites zien de islamitische jihad als een kwaal die je alleen kunt genezen als je onze beschaving opgeeft; de islam zelf hoeft niet te veranderen. We moeten nóg meer schuldgevoel hebben over de armen in de Derde Wereld, we moeten democratie en de vrije markt naar de moslimwereld brengen en betere diplomatieke relaties tot stand brengen. En we moeten nog toleranter zijn en nog meer inschikken om de zich slachtoffer voelende minderheden in ons eigen land een kans te geven.

Je kunt wel voorspellen dat dit niet zal werken; het zal alleen de funeste, modieuze zelftwijfel van het Westen nog erger maken. Het is een vicieuze cirkel. Een oorlog kun je alleen winnen als je de vijand kent en het probleem van een andere kant kunt benaderen. De islamitische dreiging vraagt om antwoorden die buiten het denken van de heersende elites vallen. Laat ik beginnen met een aanbeveling over de ingewikkelde verhouding tussen grondwettelijke rechten en de nationale veiligheid.In december 2005 werd bekend dat president Bush kort na 9/11 de binnenlandse veiligheidsdienst in het geheim had gemachtigd om ‘Amerikanen en anderen op Amerikaans grondgebied af te luisteren en te zoeken naar aanwijzingen voor terroristische activiteiten, zonder de normale rechterlijke goedkeuring voor binnenlandse spionage’. De New York Times onthulde uit anonieme bronnen dat de veiligheidsdienst internationele telefoontjes en e-mailverkeer van potentiële terreurverdachten had gevolgd.

Opmerkelijk aan dit lange artikel was dat het wel inging op de juridische, grondwettelijke en uitvoeringsaspecten, maar nergens stond iets over de identiteit van degenen die werden bespied. Hierdoor ontstond de indruk dat zo ongeveer elke Amerikaan last zou kunnen krijgen van ongewenste en mogelijk onwettige schending van de privacy. Deze controverse werd aan het grote publiek gepresenteerd onder de kop: ‘Bush gaf toestemming voor het bespioneren van Amerikanen’.

De onwil van de mainstream-media om de identiteit van de afgeluisterde personen te noemen, deed denken aan de neutrale verslaggeving over de tienduizenden relschoppers die de Franse voorsteden plunderden en verwoestten. In beide gevallen gaven de media een verkeerde voorstelling van zaken, in lijn met hun politieke voorkeur.In de VS had het niet vermelden van de identiteit vooral tot doel de president af te schilderen als een ongeleid projectiel, een autocraat-in-spe die alle huiskamers kon binnendringen. Ten tweede hield het ook in dat elke tot Amerikaan genaturaliseerde moslim onherroepelijk ‘Amerikaan’ wordt, zodat je hem niet meer apart hoeft te benoemen (dit is vergelijkbaar met de Franse opvatting). Het ‘Allahu akbar’ van de Franse banlieue-jeugd en het ‘Onthoofd hen die de islam beledigen’ op Engelse spandoeken tijdens de cartoonrellen werd door de Europese media als een simpele eigenaardigheid behandeld, die vanzelf wel zou overgaan als de overheid nou maar zou zorgen voor banen. Met geloof of politiek had dat niks te maken.In principe zou er een debat moeten zijn over het juridische en grondwettelijke dilemma waarvoor de afluistermaatregel van Bush ons stelt. Maar in de huidige omstandigheden acht ik zo’n debat overbodig. Pas als we alle islamitische activisten het land kunnen uitzetten, op politieke gronden, niet op religieuze, kunnen we de maatregel weer schrappen.

Mijn tweede aanbeveling is dat we islamitische activisten geen Amerikaans burgerschap meer moeten verlenen – en van degenen die al staatsburger zijn, moeten we het Amerikaanse paspoort intrekken. Geen enkele loyale Amerikaan hoeft zich zorgen te maken dat Bush meeluistert als hij aan de telefoon hangt. Maar als het goed is, zouden genaturaliseerde jihadstrijders en lui die de sharia willen invoeren wél bang moeten zijn voor deportatie naar hun land van herkomst.Streng gelovige moslims kunnen namelijk nooit de naturalisatie-eed afleggen zonder meineed (taqiyya) te plegen. In die eed moet je verklaren dat je elke vorm van trouw aan een vreemde mogendheid afzweert, ook al was je voorheen haar onderdaan, dat je de Amerikaanse Grondwet en de andere wetten zult verdedigen tegen alle buitenlandse en binnenlandse vijanden en dat je zonder enige terughoudendheid loyaal bent aan de Amerikaanse wet. Ook moet je verklaren dat je zo nodig bereid bent onder de wapenen te gaan. Hoe kan een streng gelovige moslim dat zeggen terwijl zijn geloof dicteert dat Allah en de profeet boven alles gaan?

Vandaar mijn volgende aanbeveling: de immigratiewetten moeten worden aangescherpt. En wel zodanig dat illegale islamisten er meteen uitgegooid kunnen worden. Islamitisch activisme moet zelfs voor genaturaliseerde immigranten een uitzettingsgrond worden. Dat kan door het te definiëren als politieke propaganda. Ook de dawa, het verbreiden van de jihad-ideologie (in de zin van de goddelijk gesanctioneerde oorlog tegen niet-moslims), zou eronder moeten vallen, alsmede discriminatie van joden, christenen en ‘ongelovigen’ en geweld tegen vrouwen en homo’s. Een dergelijke definitie van islamitisch activisme zou een belangrijke stap vooruit zijn in het weren van bekende of potentiële terroristen van Amerikaanse bodem.Mijn aanbeveling is noodzakelijk omdat dat soort mensen het algemeen belang en de nationale veiligheid schaden. De oude immigratiewet die we hadden tot 1990, toen het Congres haar afschafte, is een leerzaam precedent. Naar aanleiding van de moord op president McKinley door een anarchist, in 1901, kwam er twee jaar later een wet die het mogelijk maakte politiek ongewenste vreemdelingen te deporteren. Na de Russische revolutie werden ook communisten het land uitgezet. Jihad- en shariapredikers moeten net zo behandeld worden.

De conditio sine qua non is dat we accepteren en vastleggen dat de First Amendment jihadstrijders niet beschermt. Het eerste amendement van de Amerikaanse Grondwet verbiedt het Congres wetten te maken die een staatsgodsdienst vestigen of de vrijheid van godsdienst, meningsuiting, drukpers of vreedzame vergadering inperken. Het past niet in de Amerikaanse tradities om mensen te beschermen die de Amerikaanse regering met geweld omver willen werpen – en dat is waar de jihadisten uiteindelijk op uit zijn. De wetgevers moeten begrijpen dat de islam in de kern een radicale, oorlogszuchtige religie is, intrinsiek opruiend en wezensvreemd aan de Amerikaanse waarden en instituties.

Als deze voorstellen worden overgenomen, en als men in Europa iets soortgelijks zou doen, dan kunnen we een nieuwe start maken met het bedenken van een lange-termijnstrategie tegen terrorisme. We zijn verwikkeld in een oorlog over ideeën en godsdienst, of we dat nu leuk vinden of niet. Aan islamitische zijde wordt die oorlog uitgevochten vanuit de vaste overtuiging dat het decadente Westen op zijn laatste benen loopt. De geschiedenis leert ons dat een beschaving die de wil tot zelfhandhaving verliest, gevaar loopt.

Mijn voorstellen zijn niet alleen pragmatisch bedoeld, maar ook ethisch. Ongetwijfeld zullen ze de beschuldiging van ‘racisme’ ontlokken, hoewel dat in mijn ogen hier niet van toepassing is. Het zou pas discriminerend zijn als we mensen op grond van hun genen gingen screenen en uitzetten, maar als hun opvattingen, handelen en bedoelingen de samenleving in gevaar brengen, heeft het daar niets mee te maken.Ik weet zeker dat talloze redelijke, goed geïnformeerde, vaderlandslievende burgers vóór zijn. Amerikanen klaagden ook niet dat de ‘ware’ aard van het communisme recht moest worden gedaan tijdens de Berlijnse luchtbrug in 1948-’49 of de Koreaanse oorlog. Ze deden wat ze moesten doen om het communisme in bedwang te krijgen.

Ook toen was er een legioen Moskou-apologeten, kroongetuigen, mollen en fellowtravellers die ons probeerden wijs te maken dat de Kameraden niets dan sociale rechtvaardigheid en vreedzame coëxistentie nastreefden. Ze bekleedden leerstoelen, zaten bij de Moskouse burelen van de New York Times en domineerden Hollywoodstudio’s en intellectuele causerieën aan de Oost- en Westkust. Ze verklaarden de gewelddadige uitwassen van de oorspronkelijke teksten van Marx en Lenin weg, ze verklaarden ook het bloedbad van de Russische Revolutie weg, de genocide, de grote hongersnood, de showprocessen, de Goelag en het pact met Hitler.Heden ten dage zijn hun geestelijke opvolgers in de politiek, de universiteiten en de media de apologeten, kroongetuigen en fellowtravellers van de islam. Ze verklaren met eenzelfde scholastieke spitsvondigheid en morele corruptie de donkere, gewelddadige uitwassen van de Koran en de Hadith weg. Dat doen ze ook met de afschrikwekkende loopbaan van de profeet Mohammed en veertien eeuwen veroveringen, oorlogen, slachtpartijen, onderwerping, spirituele en materiële ellende en moorddadig fanatisme.

Bijna 80 jaar geleden, publiceerde Julien Benda zijn tirade tegen de intellectuele corruptie van zijn tijd, La trahison des clercs (“Het verraad der intellectuelen”, red.). Hij stelde dat intellectuelen de beschaving niet langer verdedigden en zich engageerden met modieuze politieke voorkeuren. Benda’s argumentatie sloeg aan in een tijd dat fascisme, nazisme en bolsjewisme een grote aantrekkingskracht uitoefenden op Europese intellectuelen. Het verraad van de elites van nu neemt een andere vorm aan, maar komt in essentie op hetzelfde neer. Met hun pleidooi voor multiculturalisme, insluiting en antidiscriminatiedenken dragen ze bij aan het aantasten van de waarde van onze beschaving en haar voortbrengselen. Benda noemde dat ‘een rampzalige ommekeer in de morele noties van hen die de wereld onderwijzen’.

Dat veel gewone mensen niet beseffen hoe ernstig de situatie is, werkt in het voordeel van figuren als Blair, Soros, Zapatero, Prodi of Kerry. Twee generaties geleden zouden hun ideeën excentriek of krankzinnig zijn bevonden, nu domineren ze het openbare debat. Alleen tegen een samenleving die het begrip ‘open grenzen’ omhelst, kun je zonder blikken of blozen zeggen dat de islam vredelievend en tolerant is, dat ‘wij’ (het Westen) eeuwenlang naar en onvriendelijk zijn geweest tegen de moslims – denk maar aan de kruistochten! – en dat je terrorisme moet begrijpen en genezen zonder daar de leerstukken en de praktijk van de islam bij te betrekken. In het hart van deze malaise ligt de notie dat landen niet toebehoren aan de mensen die er al generaties wonen, maar aan wie daar toevallig of niet toevallig is neergestreken, onafhankelijk van zijn cultuur, houding of bedoelingen.

Nog zo’n schadelijke notie is dat de mengeling van etnische eilanden in feite een zegen is, een verrijking van de anders zo bekrompen, monotone maatschappij. Een derde kwaadaardige notie is het dictum dat we ons niet speciaal met één land verbonden mogen voelen, noch met een bevolking of cultuur, maar dat we onze voorkeur moeten overdragen op de hele wereld, de hele mensheid. De Europese en Amerikaanse elites hebben deze noties verinnerlijkt, en wel zo sterk dat ze het islamitisch terrorisme zelfs actief steunen. In de VS is dat proces al tientallen jaren aan de gang. Zo was er in 1999 een staatssecretaris, Strobe Talbott, die vond dat de VS in de 21ste eeuw wellicht niet langer ‘in zijn huidige vorm’ zou bestaan omdat het begrip natiestaat achterhaald was.

Nog maar een generatie geleden had een dergelijke uitspraak van een lid van de regering een schandaal veroorzaakt. Maar eind 20ste eeuw reageerde alleen een stel naïevelingen, die volhielden dat Talbott de veiligheid en de welvaart van de VS diende binnen het internationale systeem, terwijl wat hij zei neerkwam op de eventuele opname van het land in dat systeem. Talbotts uitspraak was een juichende profetie, geen onpartijdige bewering. Zijn ideologie verwoordde hij heel duidelijk: ‘Alle landen zijn in wezen sociale arrangementen, aangepast aan veranderende omstandigheden. Hoe permanent en zelfs heilig ze soms mogen lijken, in feite zijn ze allemaal kunstmatig en tijdelijk.’ Zo denken de elites in Washington, New York, Brussel en Londen erover: landen zijn slechts virtuele entiteiten. Je emotioneel verbonden voelen met zo’n entiteit is irrationeel, en je leven ervoor wagen is absurd.

Nooit eerder in de geschiedenis had een groter verraad plaats dan de weigering van de elites om westerse landen te beschermen tegen islamitisch terrorisme. Ze houden glashard vol dat ‘geweld geen oplossing’ is, dat open grenzen goed zijn, dat islam vrede betekent (en het Westen is slecht). Degenen die deze opvattingen huldigen, zijn volslagen losgezongen van de menselijke natuur, de geschiedenis en de gemeenschap. Intussen gaat mede dankzij hen de bedreiging van onze cultuur onverdroten verder, via de Straat van Gibraltar, JFK, Heathrow en Schiphol. Diversiteit wordt er niet mee bereikt, wel een opgelegde, afstompende eentonigheid door het uitroeien van de unieke identiteiten van de doelbevolkingen.

Maar gemeenschappen, de echte natie, bestaan nog steeds in Noord-Amerika en West-Europa. Burgers werken en betalen belasting. Ze mopperen wel als ze horen dat de islam alleen maar vrede en tolerantie betekent, of als hun kinderen geen Kerstfeest meer mogen vieren vanwege de ‘gekwetste’ moslimse klasgenootjes, maar ze vermoeden nog niet dat ze ronduit worden bedrogen. Hun verraders zijn ondertussen druk in de weer met het verbreiden van de ideologie van universele menselijke waarden en een gemeenschappelijke cultuur voor de hele wereld. Daarin lijken ze op de moella’s, ayatolla’s, sjeiks en imams die ook streven naar een uniforme wereld. Beiden verlangen naar een mondiaal gezag, een oemma onder wat voor noemer dan ook.

Amerikanen en Europeanen die van hun eigen land houden en die hun gezin, familie en buren boven vreemdelingen stellen, zijn normale mensen. Degenen die hen voorhouden dat hun land de hele wereld toebehoort, zijn ziek en kwaadaardig. Het zijn onmisbare bondgenoten van de jihad. De arrogante, cynische, manipulatieve elites willen de ‘oorlog’ tegen terrorisme voeren zonder de vijand bij de naam te noemen, zonder zijn trawanten te schofferen of zijn vijfde kolonne weg te sturen. Ze willen die oorlog helemaal niet winnen. Dat durven ze niet.Het is aan de miljoenen normale Amerikanen en Europeanen om deze waanzin te stoppen. De stichters van de Verenigde Staten wierpen de koloniale regering voor veel lichtere vergrijpen omver dan wat de verraderselite met zijn doodswens en zelfvernietiging nu presteert.

* * * * *

SAOEDI-ARABIË: DE VIJAND VAN AMERIKA (9 augustus 2002)

Voor het oorspronkelijke Engelse artikel kan men op de volgende website terecht: www.chroniclesmagazine.org

De veronderstelde betrouwbare en vasthoudende bondgenoot in het Midden-Oosten, t.w. Saoedi-Arabië, kwam recent eindelijk onder de aandacht van de media. Defensieminister Rumsfeld zou problemen hebben met de uitgelekte rapportage aan het Pentagon in juli, die het woestijnkoninkrijk als een van de hoofdbronnen aanwees van het Islamitische geweld en terreur over de hele wereld. Wie deze uitgelekte rapportage ook heeft bewerkstelligd heeft het land (en de westerse wereld, red.) een enorme dienst bewezen. In de woorden van de veiligheidsanalist van de Rand Corporation is "Saoedi-Arabië actief op elk niveau van de terreurbeweging, van planners tot aan financiers, van kader tot aan soldaten, van ideologen tot aan morele supporters, Saoedi-Arabië ondersteunt onze vijanden en valt onze bondgenoten aan."

De Islam heeft mondiale en gevaarlijke gevolgen, ongeacht de obscuriteit en grofheid van de oorsprong. Maar de toepasselijke benaming "terreurbeweging" van de radicale Islam is geen recente trend en het is geen marginaal fenomeen, dat op de een of andere manier afgeweken is van het veronderstelde model van "moslimvrede en -tolerantie". Nee, Saoedi-Arabië is het meest echte moslimland in de wereld en is niet gebaseerd op een andere religieuze, rechterlijke en politieke modus van de hoofdstroom binnen de Islam. Om de ondermijnende rol van Saoedi-Arabië in de voortgaande Midden-Oostencrisis te begrijpen en de grootte van de bedreiging voor Amerikaanse (en westerse, red.) waarden, instituten en veiligheid, zouden we moeten beginnen met de vroege geschiedenis van deze vreemde en onplezierige plek.

Wahabisme -- Het is drie eeuwen geleden sinds Mohammed Ibn Abd al-Wahab werd geboren, maar hij leeft meer dan ooit tevoren. Wahab was een bezeten herboren moslim, die tijdens het begin van de neergang van het Ottomaanse rijk leefde. Hij vond, dat de Islam in het algemeen en Arabië in het bijzonder een geestelijke en letterlijke zuivering nodig hadden en terug diende te keren naar de oorsprong van het geloof. Zoals de "profeet" Mohammed, trouwde hij ook een rijke vrouw die ouder was dan hijzelf. Toen ze stierf, stelde haar erfenis, hem in staat om zich te bemoeien met ideologische en politieke doeleinden. Zijn Sharia-training (Islam-wetten) gecombineerd met een kort pose met het Soefisme die hij afwees, produceerde een krachtige mengeling. Uit het Soefisme nam Wahab het concept van een broederlijke religieuze orde, maar hij wees de inleidingrituelen en muziek in elke vorm af. Hij veroordeelde ook de decoraties in de moskeeën, hoewel deze al non-representatief waren (de afbeeldingen van personen is in de Islam verboden, red.) en zondige bezigheden zoals het roken van tabak.

Deze moslimwederdoper wees de verafgoding van heiligen en daarmee verbonden plaatsen en objecten af en gaf aanleiding tot een beweging, die zichzelf zag als de bewaarder van "ware" Islamitische waarden. Zijn ideeën werden opgenomen in het "Boek van Eenheid", wat weer aanleiding gaf tot de naam van deze beweging, Al-Muwahidun, of Eenheidsbewaarders. In het midden van de 18e eeuw, vond Wahab, net zoals Mohammed 11 eeuwen eerder een belangrijke politieke supporter voor zijn religieuze zaak. In 1744 ging hij een samenwerking aan met Mohammed Ibn-Saud, die de leider was van een machtige stam in centraal Arabië en verplaatste zijn "hoofdstad" naar de half-nomadische nederzetting van ad-Dir'jah (Riaad). Vanaf deze tijd is het fortuin van de Wahabis en de Ibn-Saud families met elkaar verweven.

Onder de opvolger van Ibn-Saud, Abdul-Aziz, streed men vanuit hun woestijnbasis in Najd met een intensiteit van geweld, die men meer dan een millennium niet meer had gezien. In wat zich liet aanzien als een herhaling van het vroege succes van Mohammed en de vier kaliefen 1000 jaar eerder, werden de steden Mekka en Medina tijdelijk veroverd en marcheerde men tot in Mesopotamie (het huidige Irak, red.) en dwong de Ottomaanse gouverneur om vernederende voorwaarden te stellen, waarop men Syrië binnenviel. Dit was een onacceptabele uitdaging aan de Sultan, die de erfgenaam was m.b.t. het kalifaat en "beschermer van de heilige plaatsen". In 1811 kwam hij overeen met de autonome regent van Egypte Ali-Pasha om een campagne te lanceren tegen de Wahabis. Na zeven jaar werden de Wahabis verdreven. In 1818 veroverden de Turken de eerste Wahabi-staat. Later in dezelfde eeuw herleefde de sekte onder Faysal om een focus te geven t.a.v. het Arabische verzet tegen het Ottomaanse rijk, dat werd voorgesteld als corrupt en degeneratief, maar de voorspoed van de Ibn-Saud familie nam af, vanwege een conflict met een andere noordelijke Arabische stam. Zij moesten asiel zoeken in de buurprovincie van Mosul, het tegenwoordige Koeweit.

In 1902 kwam een prins van de Ibn-Saud familie, genaamd Abdul-Aziz "de krijger" vanuit ballingschap terug met 40 cavaleristen en nam de controle over van Riaad. Hij maakte gebruik van de terminale situatie van het Ottomaanse rijk, die snel uitbrak in revolutie en werd getergd door externe bedreigingen van het ineenstortende rijk. Aangespoord door de geest van het Wahabisme, ging Abdul-Aziz over op een campagne om de controle over heel Arabië te verkrijgen. In 1912 werd de religieuze nederzetting van Arawiyah gesticht, dit was 450 mijl ten noorden van Riaad onder leiding van de Ikhwan, oftewel de Broederschap. Dit werd een strenge Arabische geloofsvariant, een moslim Nieuw Jeruzalem, waar mensen uit hun huizen werden getrokken en afgeranseld, omdat men de vrijdagsgebeden negeerden.

Het aankomende koninkrijk -- Toen de 1e wereldoorlog niet alleen Europa trof, maar ook het Midden Oosten en Turkije haar lot lief afhangen van de Habsburgse en Duitse dynastieën, liep een oude vijand van Ibn-Saud, genaamd Hussein gouverneur van Mekka over naar de Britten in de hoop, dat deze hem zouden steunen als regent van een onafhankelijke Arabische staat als de oorlog voorbij was. Uiteindelijk hebben zijn beschermheren in de beste traditie van Engelse kortzichtigheid hem verraden. Zelfs de beroemde Kolonel Lawrence (van Arabië) kon de uitkomst niet veranderen. De beleidsmakers in Londen probeerden slim te zijn en staken hun vrienden in de rug, hielpen hun vijanden en ondermijnden daarmee de Britse doelstellingen op de lange termijn. In de chaotische jaren na de neergang van het Ottomaanse rijk waren de Ikhwan een fanatieke vechtmachine, en behaalde de overwinning voor Ibn Saud, hun leider en stichter van de huidige koninklijke dynastie. In 1924 plunderden en verbranden 3000 van zijn aanhangers de stad Taif, wat talloze malen herhaald werd in onze eigen tijd, van Algerije tot aan Bosnie, Indonesie en Kosovo.

In 1925 werd het bevel van Ibn Saud uitgevoerd, dat alle heilige begraafplaatsen in Mekka en Medina moesten worden vernietigd. Zijn strijders vernietigden een begraafplaats bekend als de "hemelse looftuin" in Medina volledig, waar familie en eerste kompanen van Mohammed waren begraven. In 1926 werd Abdul Aziz als koning van Hejaz uitgeroepen en binnen een decennium was de rest van Arabië verenigd en werd op de bevolking de zienswijze van Mohammed de Wahabist opgedrongen; mens, wet en Allah. Het is niet juist om te zeggen, dat de Wahabi-beweging is t.a.v. Islam, wat puritanisme is t.a.v. het Christendom. Wahabisme is een duidelijke 'hoofdstroom', vanwege de eis tot een terugkeer naar de oorspronkelijke glorie van de Islamitische umma (gemeenschap, red.). Ondanks hun bezetenheid, waren de Wahabis niet meer extreem, fanatiek of gewelddadig dan de Islam-modellen van de 'profeet' en zijn kompanen in alle tijden. Islamitische droom in actieDe afstammelingen van Abdul Wahab leiden nog steeds de Saoedisch religieuze gemeenschap. Zij verzetten zich tegen de introductie van 'heidense' zaken zoals radio, auto's en televisie en gingen alleen overstag, toen de koning hen beloofden om deze verdachte zaken te gebruiken om het geloof uit te dragen. Ze stopten de import van alcohol, voorheen verkocht aan buitenlanders (1952) en verboden vrouwen om auto's te besturen (1957).

Het rapport van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken over het Saoedische koninkrijk biedt een kijk op de Islamitische droom in actie:

"Vrijheid van geloof bestaat niet, de Islam is de officiële religie en alle burgers moeten moslims zijn. Noch de regering, noch de samenleving in het algemeen accepteert het concept van scheiding van kerk en staat en zo'n scheiding bestaat ook niet. In de Sharia-wet is de bekering van een moslim tot een andere religie ketterij. Openbare ketterij is een misdaad, die wordt gestraft met de dood, als de aangeklaagde zich niet herroept. Het Islamitisch religieus onderwijs is verplicht in openbare scholen op elk niveau. Alle kinderen ontvangen religieuze instructie. Burgers hebben niet het recht om hun regering te veranderen. De raad van Senior Islamitische Geestelijken ziet toe op het regeringsbeleid, wat wordt afgestemd met de Sharia. De Islamitische wetgeving van de overheid is de enige nodige gids om mensenrechten te beschermen. Er is wettelijke en systematische discriminatie gebaseerd op geslacht en religie."

Het koninkrijk van Saoedi-Arabië is het onverdraagzaamste Islamitische regime ter wereld. Binnen het land is de belijdenis van elke religie anders dan Islam strikt verboden net als in de tijd van Mohammed. Terwijl de Saoedi's overal ter wereld moskeeën bouwen, moeten duizenden christenen, Hindoes en boeddhisten in het geheim hun geloof belijden in het land. Ze worden gearresteerd of gedeporteerd, als ze hun geloof uitdragen in het openbaar. De religieuze politie, genaamd het Comité voor Deugd en de Preventie van Zondigheid handhaaft zichzelf d.m.v. intimidatie en detentie van burgers en buitenlanders. Men duwde zelfs recent schoolmeisjes terug in een brandende schoolgebouw, omdat ze hun hoofden niet hadden bedekt. Zij die het geluk hadden om opgepakt te worden in plaats van te sterven in de vuurzee, werden blootgesteld aan stokslagen, slaaponthouding en marteling. Volgens het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken: "Afstraffingen betekenden zweepslagen, amputatie, onthoofding, steniging of het vuurpeloton. De autoriteiten maakte 120 executies bekend (2000), dit was een verhoging van 100 in vergelijking met 1999."

De mannen werden geëxecuteerd d.m.v. onthoofding en de vrouwen d.m.v. het vuurpeloton. Er waren 27 amputaties in dat jaar, inclusief meervoudige amputaties, beschreven door Mohammed in de Koran (rechterhand en linkerbeen). Personen die werden veroordeeld van minder ernstige feiten, zoals alcoholgebruik of alleen zijn in het gezelschap van een dame, welke geen familie is, kregen stokslagen. Vrouwen zijn niet-burgers:

"De getuigenis van een man is gelijk aan dat van twee vrouwen. Vrouwelijke partijen, die meedoen aan rechtsprocedures moet mannelijke familieleden het woord laten doen. Vrouwen spelen geen formele rol in de regering en de politiek en worden actief ontmoedigd om dit te doen. Veel vrouwen worden behandeld voor verwondingen die het resultaat zijn van echtelijk geweld. Vrouwen worden niet toegelaten in het ziekenhuis voor medische behandeling zonder de toestemming van een mannelijk familielid. Vanwege de wet is het niet toegestaan, dat vrouwen alleen binnenlandse of buitenlandse reizen ondernemen. In het openbaar wordt van een vrouw verwacht, dat ze een abaya (een stuk textiel dat haar hele lichaam bedekt) draagt en haar hoofd en gezicht bedekt. Overheidsfunctionarissen en -ministeries verbieden nog steeds geaccrediteerde vrouwelijke diplomaten in het land om officieel overleg mee te houden. Dochters ontvangen maar de helft van de erfenis van hun broers. Sommige vrouwen nemen deel in Al-Msyar (of "korte dagelijkse visites") huwelijken, waarin de vrouwen hun wettelijke rechten opgeven in ruil voor financiële ondersteuning en nachtelijk samenzijn. Van de man wordt niet vereist om zijn andere vrouwen te verwittigen van het huwelijk en hebben de voortkomende kinderen uit dit huwelijk geen enkel erfrecht. Vrouwen moeten aangeven op wettelijk gespecificeerde gronden waarom ze willen scheiden, mannen mogen scheiden zonder enige reden."

Bovendien mogen vrouwen geen auto's besturen en mogen ze niet worden begeleid, alleen in geval van een employee, man, of een naaste familielid. Vrouwen mogen zelfs niet in de voorste zitplaatsen zitten. Buitenlandse gescheiden vrouwen of weduwen worden er van weerhouden om hun kinderen te bezoeken, want deze zijn immers toegewezen aan de gescheiden echtgenoot of de familie van de overleden man. De status van vrouwen in de Islam is vergelijkbaar met de mensenrechten in Cuba. Theoretisch verorderneerd, ongelooflijk afschuwelijk in de praktijk en onbeleefd om dit aan te geven in "verlichte" westerse kringen. Ongeacht de tweedehandse apologeten en propaganda, verlenen de oorspronkelijke bronnen van de ware Islam, t.w. Koran en Hadith een buitengewoon gedetailleerd bewijs, dat Saoedi-Arabië zo dicht mogelijk staat bij een ware Islamitische staat en gemeenschap. De enige expanderende industrie in Saoedi-Arabië is die van Islamitsch extremisme. Sommige voorbeelden zijn verschrikkelijk: in 1966 klaagde de vice-president van de Islamitische universiteit in Medina, dat de Copernische theorie werd onderwezen op de universiteit van Riaad, waarop het sindsdien werd verboden.300 jaar nadat de christelijke theologen moesten erkennen, dat de aarde om de zon draaide, wordt de geocentrische theorie nog steeds aangehangen in de Saoedische leerinstellingen. De scheiding van de seksen op school geschied op negenjarige leeftijd, wat ook de leeftijd is voor meisjes om de sluier te dragen. De religieuze leiders zijn aan het uitbreiden. Vijf Saoedische Islamitische universiteiten produceren duidenden geestelijken, veel meer, dan werk vinden in de binnenlandse moskeeën. Veel daarvan vinden hun weg in het verspreiden van het Wahabisme zowel thuis als in het buitenland. De Saoedische koning blijft hun Imam. Hij en de Wahabi-religieuzen zien het als hun onwrikbare en heilige opdracht om de wereld te evangeliseren en met hun met westerse oliedollars verdiende winsten werden meer dan duizend moskeen in de VS gebouwd en nog eens duizenden in andere delen van de wereld. Onnodig te vertellen dat geen enkele kerk, laat staan synagoge kan worden gebouwd in Saoedi-Arabië. De vernietigers van de heilige plaatsen in Mekka en Medina in de jaren 20 zijn de spirituele en in sommige gevallen de letterlijke voorouders van de terroristische slachting op 11 september 2001. Saoedi Jihad gedoogdAls en wanneer de Ibn Saud dynastie in elkaar zakt, zal Bin Laden de regent worden van Saoedi-Arabie vanwege zijn populariteit. De duidelijke vraag voor de vrije wereld, en deze term is nu meer dan ooit toepasselijk dan gedurende de tijd van de Koude Oorlog, is niet "waarom een Saoedi een jihad bedrijft". In een normale wereld zou over zo'n vraag zich niemand zorgen maken, behalve antropologen. Het is "hoe verdedigen we onszelf daartegen". De meeste terroristen van 11 september 2001 waren Saoedi's, vrome moslims, die zichzelf als martelaren zagen om jihad te bedrijven en worden verafgod door miljoenen Saoedi's en andere moslims over de hele wereld. Alhoewel, interessant genoeg weigert de Saoedische samenleving te erkennen dat hun landgenoten de primaire daders waren. De gecontroleerde Saoedische krant Ukkaz en andere media hebben herhaaldelijk "sterke verdenkingen" over de betrokkenheid van "de joden" in het algemeen en de Israëlische Mossad in het bijzonder t.a.v. de aanslagen. Dit komt overeen met de sterke anti-semitische kijk van de leiders van het land. De Saoedische prins Mamdouh bin Abd Al-Aziz, president van het Soedische centrum voor strategische studies, schreef in het Londense blad Al-Hayat, dat de Protocollen waren gebaseerd op andere echte documenten. Het blijkt een misrekening te zijn van mondiale afmetingen, zoals westerse diplomaten nu zeggen. Als men terugkijkt om de oorsprong te analyseren van de 11 september aanslagen, beschrijven westerse functionarissen in Saoedi-Arabië, Europa en de VS een gelijk patroon. In land op land hebben Al-Qaeda netwerken zich genesteld, vaak met medeweten van lokale inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Maar in het zeldzame geval, dat de landen actie ondernamen tegen de terroristische dreiging, besloten ze om het als een lokale kwestie te behandelen i.p.v. een verweven mondiaal netwerk. Voor de aanslagen van Osama bin Laden tegen 'de Grote Satan', was Europa de basis, Saoedi-Arabië leverde de rekruten en het meeste geld. Nu de westerse wereld zich opmaakt voor meerdere aanslagen, is Saoedi-Arabië nog steeds in staat om van de cirkel een vierkant te maken door een zogenaamd alliantie te hebben met de VS, terwijl men een leidende rol heeft als promotor en financierder van Islamitische doelstellingen in de wereld. In dat geval zijn de vruchten van hun arbeid geen misrekening, maar een te verwachten en geaccepteerd risico. "De sluiter is opgelicht en het Amerikaanse volk kan een dubbelspel zien", dit verklaarde Samuel Berger, de nationale veiligheidsadviseur van Bill Clinton, die aangaf dat het Saoedische regime repressief is t.a.v. de extremisten, die hun bedreigen, "maar meer dan tolerant m.b.t. de algemene extreem-Islamitische beweging in de regio". De heer Berger refereerde aan de tienduizenden Saoedische mannen, die sinds 1979 vrome moslims zijn en een terroristen- en gevechtstraining hebben volbracht in het buitenland. Saoedi-Arabië heeft niet zo'n grote bevolking als hun andere moslimbroeders in Indonesië, Pakistan, Egype, Bangla Desh of Nigeria, maar de Jihadi-vrijwilligers zijn proportioneel overal in de meerderheid. Thuis plantte men een bom in Riaad, die vijf Amerikanen het leven kostte in november 1995. In juni 1996 bombardeerde men een luchtmachtbasis in Al Khobar, waar 19 Amerikanen de dood vonden. In het buitenland, van Tsjetsjenië tot aan Kosovo, van de Filippijnen tot aan Bosnië, is er een duidelijke aanwijzing m.b.t. de daden, zoals de rituele onthoofding van 26 Servische krijgsgevangenen getoond op videoband in de bergen van Bosnië. Bij de aanslag op de Amerikaanse ambassade in Nairobi was een van de daders een Saoedi en de zelfmoordaanslag op het Amerikaanse schip USS Cole in oktober 2000, werd gepland door een andere Saoedi Tafiq Al-Atash, die een been had verloren in Afghanistan. In alle Islamitische 'liefdadigheidsinstellingen', die de terroristen financierden, waren prominente leden van de Saoedische koninklijke familie vertegenwoordigd in de directie. Sinds 1992 heeft zo'n Saoedische liefdadigheidsinstelling, de Al Haramin Stichting, honderden miljoenen dollars gedistribueerd, die uiteindelijk in het bezit kwamen van extremisten. Tot aan oktober 2001 en het begin van de Amerikaanse campagne in Afghanistan deed Saoedi-Arabië niets om hun jonge mannen te verhinderen om deel te nemen aan die strijd. In tegenstelling tot de "goede oorlog" theorie, die haar oorsprong heeft in het christelijk (westers) denken, welke werd ontwikkeld tot een seculair concept en neergelegd in internationale wetten en codes, inclusief de Conventie van Geneve, is de jihad inherent religieus zowel als politiek, het Islamitisch denken geeft geen scheiding aan tussen deze twee. De 'vreedzame' manifestatie is een regeringsgesponsorde bouw van moskeeën en Islamitische centra over de gehele wereld, inclusief Amerika (en Nederland, red.). Een massaal migratieproces is nu aan de gang tezamen met een goed gefinancierd en gecoördineerd streven om de Islam te verspreiden d.m.v. geplande missionaire activiteiten. De beweegkracht daarachter is in Saoedi-Arabië en de brandstof die dit mogelijk maakt is olie.

De moslim wereld liga werd gesticht in Mekka in 1962 en een decennium later werd de Islamitische conferentieorganisatie opgericht, met het hoofdkwartier in Jedda. Beide organisaties en een veelheid van ogenschijnlijke prive liefdadigheidsinstellingen worden rijkelijk beloond door de petrodollars afkomstig van de Saoedische regerende elite. Hun leden geven hulp aan landen, die bereid zijn om het Islamitische pad te volgen en bouwen moskeeën waar men dat kan. Olie, bloed en AllahSaoedi-Arabië is de bron van de meeste van de Al-Qaeda strijders en is financierder en morele supporter van de Islamitische agressie over de gehele wereld, maar is tevens de hoofdbron van olie, bovendien bezit de koninklijke cleptocratie grote delen van grote Amerikaanse bedrijven. John Voll een hoogleraar aan de universiteit van Georgetown, claimt dat "Wahabisme is het onderwerp van een gematigde en extreme tak". Het argument is niet alleen bekend, het is identiek aan de claim, die voor decennia werd gedaan, door veel voorgangers van Prof. Vol, dat in Stalins Rusland, Mao's Peking, of Pol Pots Phnom Penh, er gematigden en extremen waren en als de regerende gematigden niet tevreden werden gesteld, dan zouden de zogenaamde haviken hun plaats innemen. In werkelijkheid verschillen de regeringsleiders in Saoedi-Arabië van hun vervreemde zoon in de Afghaanse grotten, of waar hij ook mocht zijn, in graad, maar in niet gedachtegoed. Hun antwoord op de afschuwelijke aanslag van 11 september illustreert dit. De reacties van de gehele moslimwereld zijn minder bezorgd om de aanslag, maar meer om de zogenaamde Islamofobie, die zich in het westen zou bevinden. De Saoedische religieuze leiders in het bijzonder hebben herhaaldelijk gesteld, dat extremisten de "Islamitische leer hebben verdraaid", maar verder dan deze alom bekende verklaringen, dat de aanslagen "geen Islam" waren, is er niets anders dan stilte. Er is nooit een openbare afwijzing geweest van diegenen, zoals Hamoud Shuaebi, die de moslims opriep om oorlog te voeren tegen Amerikanen en heeft gewaarschuwd, dat "diegenen die de infidels helpen zelf infidels zijn." De realiteit achter deze tweeslachtigheid is, dat de Saoedi's geen bezwaar hebben tegen terrorisme, tenzij natuurlijk het tegen hun regeringsleiders is. Elke terroristische daad tegen ongelovigen verhoogt het prestige en de aanhang van terroristische bewegingen in de moslimmenigte. De meeste westerse beleidsmakers zijn hiervan op de hoogte en soms geven ze dit indirect toe in het openbaar. Zij en hun tamme media stonden altijd klaar met excuses. De regeringsleiders van de Arabische staten weten, zelfs als ze zich niet persoonlijk identificeren met de terroristen, dat hun daden wijdverspreid worden ondersteund in hun eigen landen. De Taliban in Afghanistan en het Islamitisch terrorisme in Algerije en de staten van de voormalige Soviet Unie zijn gefinancierd, geholpen en ondersteund door Saoedi-Arabië. De westerse pers heeft helaas verzuimd om binnen de black box te kijken van de relatie tussen de VS en Saoedi-Arabië. Amerika en de rest van het westen moeten zich dringend vrijmaken van de noodzaak om de Saoedi's tevreden te stellen, inclusief het niet-bestaande en ongelijke 'recht' van deze regering om duidenden moskeeën en Islamitische "culturele centra" over de gehele wereld te financieren, die alleen maar haat en geweld prediken en tevens de logistiek geven voor verder Islamitisch terrorisme. Geleerde lessenDecennia van onderhandse en openlijke steun aan 'gematigde' Islamitische bewegingen, landen en regimes, wanneer dat bruikzaam werd gezien voor de westerse internationale politieke doelstellingen, vooral als er heel veel olie in het spel is, zijn een regelrechte morele en politieke ramp geweest. Egype, Saoedi-Arabië, Jordanië, Turkije, Pakistan, Marokko, de Golfstaten, Bosnië-Herzegovina, Nigeria, Indonesië en een aantal anderen zijn de lievelingen geworden van de Amerikaanse politiek. Deze staten werden gezien als tegenwicht tegen het 'fundamentalisme'. Dit betekende niet alleen het negeren van de radicale activiteiten van deze zogenaamde 'gematigde' moslimstaten, zoals bijvoorbeeld de steun van Saoedi-Arabië en Pakistan aan het Taliban-regime in Afghanistan en de assistentie door vrijwel alle Islamitische staten aan het nauwelijks verhulde radicale regime in Sarajevo.

De moslimwereld vandaag de dag heeft geen affectie voor en zeer weinig respect voor het westen in het algemeen en de VS in het bijzonder. Het was een lange tijd een bitter verdeelde wereld, waar individuele leiders met elkaar concurreerden met rijkdom, invloed en soms gebied. Dit was de reden, waarom de rijke Golfstaten klaar waren om bescherming van Amerikaanse en andere westerse machten te accepteren. Men moet ook begrijpen, dat het Saoedische regime zich bedient van leugens en geweld en dat geweldsbedreiging als legitieme methoden worden gezien om politieke einden te bewerkstelligen. Daarom moet het recente verleden van Islamitisch wanbeheer en ondeugd meer wijdverbreide informatie worden, het obstakel daartegen is de traditie van allianties, apologeten en toegeeflijkheid.

Srdja Trifkovic ...oorlogszuchtige waanzin bij politieke leiders...

In Chronicles wijst dr. Srdja Trifkovic, nochtans een criticus van de islam, op de oorlogszuchtige waanzin die zich na de moslimaanslagen op 11 september meester maakte van de politieke leiders. Bush’ defensie-adviseur Richard Perle bepleitte de “totale oorlog”, defensieminister Donald Rumsfeld was bereid “het ondenkbare te denken”, vice-president Dick Cheney zei dat de oorlog “50 jaar kan duren en 50 landen kan treffen”, en volgens president George Bush jr. is Amerika “door de geschiedenis geroepen” om “het kwaad” te bestrijden in een oorlog zonder voorzienbaar einde. Als echte conservatief bepleit Trifkovic nuchterheid en bescheidenheid. Hij vergelijkt Bush’ titanische hoogmoed en eigengerechtigheid met de toestand in Athene na de Griekse overwinning op het Perzische wereldrijk. Athene evolueerde toen van de leider in een coalitie van soevereine stadsstaten tot de dictator van een onwillig imperium en beschadigde daarmee de vrijheidsliefde die de basis van de Griekse strijdbaarheid gevormd had: “Het resultaat was dat Griekenland voorgoed als machtsfactor vernietigd werd. Amerika zal even zeker vernietigd worden indien zijn leiders verder de wereldhegemonie blijven nastreven.” -- Koenraad Elst